10 gouden tips voor uitvoering

1. Stop grond- en regenwater
De ondergrond moet altijd vrij zijn van water bij het aanbrengen van schuimbeton. Maar ook na verharding van schuimbeton kan water schade veroorzaken als de constructie gaat opdrijven. Veelal is het dan twijfelachtig of het schuimbeton weer goed aangesloten op z’n plek terugkomt als het water weer verdwijnt. Zorg dus voor een goede afvoermogelijkheid van water en/of voor voldoende ballast.

2. Voorkom overbelasting
Ook in de bouwfase dient de belasting op schuimbeton de dan toegestane (punt)last niet te overschrijden; let vooral op puntlasten, zoals rolsteigers op kleine wieltjes, waardoor het schuimbeton lokaal kan verpulveren.

3. Bij regenval geen schuimbeton aanbrengen
Schuimbeton is bij aanbrengen een vloeibaar product dat in aanvang een zeer fragiele sterkte bezit. De eerste uren na aanbrengen levert het toegepaste schuimmiddel nog de stabiliteit, waarna geleidelijk het cement een aanvangssterkte begint te krijgen. Een licht buitje (motregen) veroorzaakt geen schade aan het schuimbeton en is zelfs wel bevorderlijk. Echter neerslag van enkele mm’s kan het oppervlak beschadigen en nog grotere neerslaghoeveelheden kunnen het schuimbeton ontmengen. Afhankelijk van de toepassing van het schuimbeton dient een werk afgelast te worden bij voorspelde regenbuien. In sommige gevallen zijn maatregelen te treffen, zoals een tent boven het werk. Bij vorst is het aanbrengen van schuimbeton sowieso uitgesloten. Na verharding is vorst geen probleem.

4. Schuimbeton verpompen lukt tot op 30 m hoogte
Verpompen van het vloeibare schuimbeton is prachtig, maar niet oneindig. Boven de 30 m opvoerhoogte ontstaat ontmenging van het schuimbeton waardoor de kwaliteit niet meer gegarandeerd kan worden. De kans op een zogenaamde ‘klapper’ van een slang neemt ook aanzienlijk toe.

5. Lucht is er genoeg op de bouwplaats, maar water ook?
Het gangbare schuimbeton van 600 kg/m³ bestaat voor 70% uit kleine luchtbelletjes en voor ca. 20% uit water. Schuimbeton wordt om kwalitatieve en economische redenen op de bouwplaats vervaardigd. Bij een productie van 300 m³ is dus 60 m³ water nodig. Dit houdt in dat een wateraansluiting met een capaciteit van 10 m³ per uur noodzakelijk is. Dit kan gerealiseerd worden door middel van een standpijp op het waterleidingnet of met behulp van een klokpomp vanuit schoon water in de nabijheid van het werk.

6. Vermijd huidcontact
Zoals bij elk cementgebonden materiaal dient huidcontact met de specie vermeden te worden. Schuimbetonspecie is sterk alkalisch en heeft een schurende werking, waardoor de huid kapot kan gaan. Spoel specie zo snel mogelijk van de huid met water.

7. Verdrinkingsgevaar in schuimbeton
In schuimbetonspecie met een volumieke massa lager dan water blijft een mens niet drijven. Daarom dienen bij laagdiktes groter dan 400 mm veiligheidsmaatregelen genomen te worden. Bijvoorbeeld het plaatsen van waarschuwingsborden, hekken, afzetlinten of zelfs bewaking.

8. Laat schuimbeton met rust
Schuimbetonspecie hoeft, in tegenstelling tot gewone beton, niet verdicht te worden. Sterker nog, het mag niet verdicht worden (ontmenging), dus ook geen hei- of trilwerk uitvoeren nabij een verse schuimbetonstort.

9. Bekisting licht, maar dicht
De bekisting voor een schuimbetonstort dient de volle hydrostatische druk van het vloeibare product te kunnen weerstaan. De vloeistof is echter lichter dan beton en meestal ook lichter dan water. De naden van bekisting en de aansluiting van de kist op de ondergrond vragen aandacht, omdat schuimbeton door zijn vloeibaarheid al kan weglekken via een spijkergat. Daarom naden en gaten goed afdichten met specie, PUR-schuim of glaswol.

10. Kabels en leidingen fixeren
Kabels en leidingen dienen plaatsvast gemonteerd en afgedopt te worden, zodat deze niet opdrijven op vollopen.